Wie de Methode Verheul en de Souplessemethode naast elkaar legt, ziet onmiddellijk familiegelijkenis. De 200 meters, de 400 meters, de langere intervallen, ruime herstelstukken en vooral het uitgangspunt dat je ontspannen en soepel moet blijven lopen. Dat is niet vreemd. Klaas Lok trainde jarenlang bij Herman Verheul en behoorde tot de succesvolste atleten die uit diens trainingsgroep voortkwamen.

Maar ergens duikt ineens een afstand op die Herman Verheul zelf niet gebruikte.

De 100 meter.

Bij Klaas Lok kan een training eindigen met een aantal ontspannen maar vlotte 100 meters. Hij beschrijft ook trainingen waarin veel meer 100 meters worden gelopen. Bij Verheul stonden ze niet op het programma.

Waarom voegde Lok juist deze korte afstand toe? En wat vertelt zo'n ogenschijnlijk klein verschil ons over de overgang van de Methode Verheul naar de Souplessemethode?

Bij Verheul begon het bij 200 meter

De bekende intervalafstanden van Herman Verheul waren eenvoudig te onthouden. Vijftien keer 200 meter, tien keer 400 meter en voor gevorderde lopers zes keer 1000 meter. De precieze invulling kon verschillen, maar deze afstanden vormden jarenlang een herkenbaar onderdeel van zijn trainingswijze.

De 100 meter hoorde daar niet bij.

Herman Lenferink maakt dat in zijn uitgebreide beschrijving van de Methode Verheul zelfs expliciet duidelijk. Wanneer hij de latere Souplessemethode van Klaas Lok bespreekt, plaatst hij bij de 100 meter een voetnoot: Verheul gebruikte geen intervallen van 100 meter.

Dat is een interessant detail, want juist aan die korte afstand kun je zien dat de Souplessemethode geen kopie van de Methode Verheul is.

Lok nam veel mee van zijn voormalige trainer, maar bleef de methode ook ontwikkelen.

Van atleet naar trainer

Klaas Lok kende de Methode Verheul niet uit een boek. Hij had haar jarenlang zelf ondergaan.

Bij Phoenix groeide hij uit tot een van de beste Nederlandse midden- en langeafstandslopers van zijn generatie. Samen met Joost Borm zorgde hij in 1979 voor een opvallend moment toen zij eerste en tweede werden bij het Nederlands kampioenschap cross. In verslagen werd daarbij aandacht besteed aan hun opvallend soepele en ontspannen manier van lopen.

In januari 1981 schreven Lok, Borm en Kees van Westerop in De Atletiekwereld over de Methode Verheul. Ze constateerden dat andere atleten elementen ervan begonnen over te nemen, terwijl er volgens hen vanuit trainerskringen nog maar weinig belangstelling voor bestond.

Lok bleef dus niet alleen atleet binnen het systeem. Hij dacht erover na, experimenteerde ermee en ontwikkelde later als trainer zijn eigen uitwerking.

In 2005 verscheen zijn boek Het Duurloopmisverstand. De trainingswijze die hij daarin beschreef kreeg de naam Souplessemethode.

De verwantschap met Verheul is onmiskenbaar, maar Lok zelf presenteert zijn methode niet als een historische reconstructie van wat Herman ooit voorschreef. Hij bouwde erop voort.

Waarom dan die 100 meter?

Op zijn eigen website geeft Lok een duidelijke aanwijzing voor de functie van de korte afstand. Hij noemt 100 meters onder meer als een extra prikkel voor de reactiviteit.

Dat woord is belangrijk.

Met reactiviteit wordt in deze context bedoeld dat een loper bij ieder grondcontact snel en soepel kan reageren. Niet lang op de grond blijven hangen en jezelf met veel kracht vooruit proberen te duwen, maar licht en vlot blijven bewegen.

Dat sluit nauw aan bij een gedachte die we ook bij Verheul voortdurend tegenkomen: hardlopen moest geen zwaar werk worden. De beweging moest ontspannen blijven.

Lok gebruikt daarvoor dus een trainingsafstand die zijn oude trainer zelf niet gebruikte.

Een paar 100 meters kunnen bijvoorbeeld na een andere training worden gelopen. Op de website van de Souplessemethode noemt Lok vijf tot tien herhalingen na langere intervallen of een wisselduurloop. Elders beschrijft hij ook een zelfstandige training van twintig tot dertig keer 100 meter, eventueel verdeeld over series, waarbij de volledige 100 meter teruggewandeld mag worden.

Dat laatste laat meteen zien waarom we voorzichtig moeten zijn met het woord sprint.

Een 100 meter binnen de Souplessemethode is niet automatisch een 100 meter voluit.

Honderd meter is geen sprintwedstrijd

Dat misverstand ligt voor de hand. Wie 100 meter hoort, denkt al snel aan sprinters die vanuit startblokken zo hard mogelijk naar de finish gaan.

Dat is niet wat Lok met deze trainingen bedoelt.

Hij waarschuwt juist voor te snel trainen en gebruikt bij de 100 meters opnieuw dat centrale woord: souplesse. Het tempo kan hoger liggen dan bij langere intervallen, maar de ontspannen loopbeweging moet behouden blijven.

Daarmee ontstaat een interessante paradox. Je loopt sneller om te oefenen in ontspannen lopen.

Zodra de snelheid ervoor zorgt dat je gaat forceren, je schouders optrekt, je beweging verkrampt of je alleen nog maar probeert de volgende herhaling te overleven, verdwijnt een belangrijk deel van het doel.

Lok waarschuwt bovendien dat je niet zomaar van niets naar grote aantallen 100 meters moet gaan. Wie het niet gewend is en onmiddellijk twintig of dertig herhalingen gaat lopen, kan daar volgens hem in de dagen daarna behoorlijk zware benen aan overhouden.

Ook hier geldt dus: opbouwen.

Een oude gedachte in een nieuwe vorm

Lok bedacht het lopen van veel korte herhalingen natuurlijk niet uit het niets.

Op zijn website verwijst hij zelf naar Mihály Iglói, de Hongaarse trainer die in de jaren vijftig en zestig met grote aantallen korte intervallen werkte. Iglói liet atleten soms tien tot veertig keer 100 meter lopen, in uiteenlopende tempo's.

Dat is extra interessant omdat Iglói ook een naam is die terugkomt wanneer de historische achtergrond van Verheuls trainingsdenken wordt beschreven. De Methode Verheul wordt doorgaans geplaatst in een bredere intervaltraditie waarin naast Iglói ook Emil Zátopek en Woldemar Gerschler worden genoemd.

Er loopt dus geen eenvoudige rechte lijn van Verheul naar Lok.

Lok nam de ervaringen uit zijn jaren bij Verheul mee, maar keek ook naar andere trainingsvormen en paste die toe binnen zijn eigen opvattingen over ontspannen lopen.

De 100 meter is daarvan een klein maar zichtbaar voorbeeld.

Dezelfde familie, niet dezelfde methode

Dat onderscheid is belangrijk wanneer we op LoopMee over beide methoden schrijven.

De Souplessemethode en de Methode Verheul delen veel uitgangspunten. Beide zetten zich af tegen het idee dat een training pas goed is wanneer een loper volledig uitgeput thuiskomt. Ontspanning, ritme, herstel en regelmatig trainen spelen in beide een belangrijke rol.

Maar de trainingspraktijk is niet identiek.

Lok veranderde onderdelen, voegde trainingsvormen toe en werkte zijn ideeën verder uit voor verschillende soorten lopers. De 100 meter is daar misschien wel het eenvoudigste bewijs van.

Wie tegenwoordig tien keer 100 meter op souplesse loopt en zegt dat hij daarmee een training van Herman Verheul uitvoert, is historisch gezien dus net een stap te snel.

Hij loopt een afstand die Verheul zelf niet als interval gebruikte.

Maar het doel waarmee Klaas Lok die afstand inzet, namelijk licht, reactief en ontspannen leren lopen, klinkt tegelijkertijd bijzonder vertrouwd voor iedereen die de ideeën van Herman Verheul kent.

En misschien is dat precies wat voortbouwen op een trainingsmethode betekent.

Niet alles hetzelfde blijven doen omdat de trainer vóór jou het zo deed, maar begrijpen wat hij ermee probeerde te bereiken en vervolgens onderzoeken of je daar zelf iets aan kunt toevoegen.

In de Souplessemethode werd zo een afstand van slechts honderd meter toch een zichtbaar verschil.

Over de bronnen

Voor dit artikel is gebruikgemaakt van de beschrijving van de Methode Verheul door Herman Lenferink en van publicaties van Klaas Lok over zijn Souplessemethode. Lenferink vermeldt expliciet dat Herman Verheul geen intervallen van 100 meter gebruikte. De 100 meter is een latere toevoeging van Klaas Lok, die deze afstand onder meer gebruikt als prikkel voor de reactiviteit.

Klaas Lok beschrijft op de website van de Souplessemethode verschillende toepassingen van de 100 meter. Dat kan gaan om enkele herhalingen na een andere training, maar ook om grotere aantallen 100 meters als zelfstandige training. Daarbij benadrukt hij dat deze op souplesse moeten worden gelopen en dat het aantal geleidelijk moet worden opgebouwd.

Voor de historische relatie tussen Verheul en Lok is daarnaast gebruikgemaakt van materiaal van AV Phoenix, waaronder passages uit de publicatie van Joost Borm, Klaas Lok en Kees van Westerop uit 1981 over de Methode Verheul.

Gebruikte bronnen:
AV Phoenix – De Verheul methode
Klaas Lok – Souplessemethode: Training
Klaas Lok – Souplessemethode.nl
AV Phoenix – Herman Verheul en zijn methode