• 0 Sport verbroedert

    0.00 van de 0 stemmen

    We doen te weinig aan sport. En dat is jammer, want sporten is gezond en zorgt voor verbroedering. Volgens Ron Diercks, hoogleraar Klinische sportgeneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen, is er veel winst te behalen als scholen en sportverenigingen de handen ineen slaan. Veel jongeren stoppen op een gegeven moment met sport. Diercks: “Op de lagere school zitten bijna alle kinderen wel bij een sportvereniging. Maar rond hun 14e zie je dat de meesten afhaken en gaan hangen op straat.”Als we de afhakers toch aan het sporten willen houden, moeten we volgens Diercks zorgen dat sport ook een sociaal aspect krijgt, bijvoorbeeld door sportclubs te laten samenwerken met scholen. “Goed opgeleide gymleraren op school lopen constant het risico wegbezuinigd te worden. Waarom breng je deze mensen niet in contact met de lokale tennisvereniging? Daar hebben ze namelijk veel behoefte aan professionals. In ruil daarvoor kan de school gebruik maken van het tennisveld.”Bewegen als normVolgens Ron Diercks heeft sport, naast gezondheid, nog meer voordelen: “Sport brengt kinderen normbesef bij. Ze leren dat een overtreding niet zomaar onbestraft blijft dankzij het lik-op-stukbeleid van een scheidsrechter.” Verder creëert sport sociale banden en brengt het verschillende bevolkingsgroepen dichter bij elkaar. Het is dus belangrijk dat de Nederlander blijft sporten. Diercks hoopt dat lichamelijke activiteit bij iedereen een gewoonte gaat worden. “En dat hoeft niet eens sport te zijn. Drie keer in de week een stevige wandeling maken is ook goed.”Bron: Metro, 4 juli 2006

  • 0 Eigen conditie vaak zwaar overschat

    0.00 van de 0 stemmen

    Vooral Nederlanders met een slechte conditie overschatten hun fitheid. Tweederde denkt dat ze fitter zijn dan ze in werkelijkheid zijn. Dat blijkt uit onderzoek dat TNO heeft gehouden bij ruim 1400 deelnemers aan de Nationale Gezondheidstest. Bleek de eigen inschatting van de fitheid geen betrouwbare graadmeter voor de conditie, ook de bestaande fitheidsnorm (drie keer per week twintig minuten intensief bewegen) was dat niet.Tweederde van de deelnemers aan de gezondheidstest voldeed niet aan de norm, maar was toch fit.Omdat gangbare conditietests duur en tijdrovend zijn, worden deze in de doorsnee gezondheidszorg zelden uitgevoerd. De onderzoekers van TNO wilden daarom uitzoeken of er ook simpeler manieren waren om een goed beeld van de conditie te krijgen.Maar behalve de eigen inschatting en de fitheidsnorm, bleek ook eenderde mogelijke graadmeter niet betrouwbaar. De Body Mass Index (BMI), een maat voor overgewicht, bleek wel meer te zeggen over de fitheid, maar nog niet genoeg.Bijna 40 procent van de onderzochte deelnemers van de gezondheidstest was goed op gewicht, maar had toch een slechte conditie. Van de mensen die te zwaar waren, was 56 procent fit tot zeer fit.Omdat de conditie een belangrijke graadmeter is voor de algemene gezondheid, blijft een betrouwbare conditietest noodzakelijk om gezondheidsrisico’s vast te stellen, concludeert TNO.Bron: De Telgraaf, 30 juni 2006

  • 0 Er een nieuw stofje om af te vallen is ontdekt?

    0.00 van de 0 stemmen

    Spaanse onderzoekers hebben in de darmen van ratten een vetachtige stof ontdekt, die invloed op de voedselopname heeft. Het interessante stofje bezit de naam OLEYETHANOLAMIDE, oftewel OEA en zou een middel in de strijd tegen overgewicht kunnen worden. OEA: een superieure eetlustonderdrukkerDe effecten van OEA verschillen van andere eetlustonderdrukkers doordat het minder snel in het lichaam wordt afgebroken. OEA is een vetzuur dat geproduceerd wordt in de dunne darm op het moment dat er voedsel wordt aangeboden.Wanneer de stof bij ratten werd geïnjecteerd, aten ze minder en namen ook minder snel in gewicht toe. De Spaanse onderzoekers concludeerden dat OEA het gevoel van verzadiging beïnvloedt. De stof heeft echter minder effect als ze direct in de hersenen wordt gebracht. Dat duidt erop dat OEA een indirect effect op de hersenen heeft. Dit wordt als voordeel gezien daar het dan ook minder bijwerkingen heeft. Verdere onderzoeken kunnen leiden tot een nieuwe methode om overgewicht een eetstoornissen te behandelen.Bron: LoopMee Scheurkalender

  • 0 DISCLAIMER

    0.00 van de 0 stemmen

    DISCLAIMER Copyright Alle teksten, illustraties en foto afbeeldingen Copyright 1998-2022 LoopMee.nl ®Alle rechten voorbehouden.Overname van gedeeltes van LoopMee.nl is met bronvermelding toegestaan mits LoopMee.nl ® hier van op de hoogte wordt gesteld middels mail. Het is niet toegestaan om zonder toestemming van de auteur een gedeelte of de volledige inhoud van LoopMee.nl op diskette, cd-rom, dvd of welk ander medium dan ook te verspreiden. Indien van toepassing berust het auteursrecht van de aangeboden informatie die via de links toegankelijk is gemaakt bij de rechthebbende van de betreffende pagina's. Dit geldt ook voor alle gebruikte handelsmerken en logo's.   De informatie op LoopMee.nl ® wordt geleverd "zoals ze is". Het gebruik van de informatie op LoopMee.nl ® en de daaraan gekoppelde pagina's is voor het eigen risico van de gebruiker. In geen enkel geval zal de auteur aansprakelijk gesteld kunnen worden voor enige schade die het resultaat zou zijn van de levering, werking of gebruik van de informatie op LoopMee.nl. Hoewel de informatie met grote zorg verzameld werd, is de correcte werking ervan op geen enkele wijze gegarandeerd.

  • 0 Vrouwen en hardlopen | Lichaamsbouw

    0.00 van de 0 stemmen

    ‘Typisch’ vrouwelijke lichaamsbouw Een typische vrouwelijke lichaamsbouw kenmerkt zich door:  Een breed bekken Een X-stand van de knieën Ruime gewrichtsbanden Knik-platvoeten Een hoog lichaamsvetpercentage In de praktijk blijkt deze lichaamsbouw een verhoogde kans op blessures te geven. Zo wordt de enkel/middenvoet tijdens het lopen, teveel in pronatie afgewikkeld, waarbij het scheenbeen naar buiten draait. Hierdoor is er een verhoogde kans op het ontstaan van pijn bij de aanhechting van de peesplaat onder de hak (fasciïtis plantaris) en van scheenbeenklachten. Door de X-stand van de knie, trekt de spier aan de voorzijde van het bovenbeen onder een grote hoek aan de knieschijf. Deze hoek wordt ook wel aangeduid als de 'Q-hoek'. Door deze grote hoek en de ruime gewrichtsbanden 'spoort' de knieschijf minder goed in het 'gewrichtsgootje' aan de voorzijde van het bovenbeen, waardoor een verhoogde kans op het ontstaan van knieklachten is. Het is niet zo dat alle vrouwen door hun lichaamsbouw ook geblesseerd zullen raken, maar de kans hierop is wel groter. Vooral een combinatie van deze lichaamsbouw met een hoog vetpercentage en een geringe spierkracht, vergroot de kans op blessures.Voor deze vrouwen is het dus extra belangrijk om: Er eerst voor te zorgen dat het overtollig lichaamsgewicht verdwenen is, voordat met lopen te beginnen. Natuurlijk kan wel in de tussentijd begonnen worden met wandelen of fietsen Voorzichtig te beginnen met de trainingsopbouw. Als de spieren na verloop van tijd krachtiger worden, zal de kans op blessures afnemen. Overigens is het zo dat er vaak al een vorm van selectie heeft plaatsgevonden, waarbij de vrouwen met een supervrouwelijke lichaamsbouw minder belastende sporten (zoals fitness, wandelen of fietsen) zijn gaan beoefenen en vrouwen met een lichaamsbouw die daar wel voor geschikt is (smaller bekken en benen die recht onder het bekken staan), zijn gaan lopen.

  • 0 In en Uitlopen

    0.00 van de 0 stemmen

    Voor en na wedstrijden Niet iedereen weet hoe het inlopen voor en het uitlopen na de wedstrijd het beste gedaan kan worden. Toch wil je (top) prestaties leveren! Goed inlopen is het halve werk! Doel inlopen: Van rusttoestand komen tot de beste lichamelijke en geestelijke toestand om de wedstrijd /prestatieloop/trimloop of training optimaal te laten verlopen. Doel uitlopen: Afvalstoffen uit je lichaam verwijderen zodoende de beste voorwaarden scheppen voor een goed herstel. Voor de wedstrijd: Onafhankelijk van de wedstrijdafstand bestaat het inlopen uit drie stappen.Stap 1, lichamelijke activiteiten opstarten en geestelijk op de wedstrijd instellen.Stap 2, spieren loswerken, afhankelijk van de wedstrijdafstand meer of minder intensiteit.Stap 3, specifieke wedstrijdvoorbereiding, afhankelijk van de wedstrijdafstand meer of minder omvangrijk en meer of minder intensiefMet inlopen begin je ruim van tevoren nadat je alle andere voorbereidingen gedaan hebt (inschrijven, startnummer op wedstrijdkleding, toilet, wedstrijdomgeving bekijken enz.). De duur van het inlopen is afhankelijk van de wedstrijdafstand.Hoe korter en intensiever, de wedstrijdafstand, hoe beter er ingelopen moet worden. Je moet ook rekening houden met het op tijd melden bij de start of het opstellen (vooraan) bij wegwedstrijden. Het volgende schema kan als richtlijn dienen: Baan wedstrijden: 1.30 uur voor aanvang aanwezig zijn. 1 uur voor aanvang beginnen met inlopen (eventueel nog iets eerder). 20 min. voor de start klaar zijn. Wegwedstrijden: 1.15 uur voor aanvang aanwezig zijn, 50 min. voor aanvang beginnen, 15 voor start gereed zijn. Inlopen voor baanwedstrijden: Belangrijk is dat alles heel rustig en weloverwogen gebeurt zonder dat je, je, moet haasten. Eerst minimaal 6 min. lopen in rustig duurloop tempo, in het begin zeer rustig, daarna stevig. Doel is het geleidelijke gewenning aan inspanning en de aërobe verbranding op gang brengen. Dit afsluiten met een 3 tal rustige versnellingen van circa 100 mtr.Daarna minimaal 10 min. oefeningen om alle spiergroepen los te maken, werken van boven naar beneden of andersom. Alle spieren loswerken. Afhankelijk van de intensiteit van de wedstrijd op het einde ook kracht (springen en kaatsen) oefeningen, bij afstanden tot en met 1500 pittig bij afstanden v.a. 3000 wat minder intensief.Daarna minimaal 20 min. loopoefeningen en versnellingen. Bij voorbeeld het volgende programma: triplings en skippings van rustig tot pittig 3x10 mtr. rustig (let op techniek) en 2x10 mtr. scherp (kaatsen/grijpen) 3x versnellen uit skipping (afwikkelen van de voeten) steeds sneller over 60 mtr 3x uit hakken/billen loop versnellen over 80 mtr 3 steigerungs over 90 tot 150 mtr. afhankelijk van wedstrijd afstand 2x 150 tot 300 mtr. lopen in wedstrijdtempo om dat tempo aan te voelen. Eventueel afsluiten met een langere loop (ca.3 min.) om de anaërobe (verzurende) verbranding en de ademhaling goed op gang te brengen. Daarna ca. 5 min. ontspanningsoefeningen (losschudden/ ademhaling oef.) en de wedstrijd in gedachten heel precies doornemen (samen met trainer).Hierna ga je, je, voorbereiden op start, belangrijk is dat je “warm” blijft, dus trainingspak aan en licht in beweging blijven. Eventueel kun je nog enkele korte sprintjes maken en wat loopoefeningetjes doen.  Inlopen voor wegwedstrijden Inlopen voor wegwedstrijden, in grote lijnen gelijk aan bovenstaande enkel korter en minder intensief: Eerst ca. 10 min. rustig inlopen op einde wat vlotter (bijna wedstrijdtempo) plus enkele versnellingen Daarna 10 min. spieren loswerken Ook loopoefeningen (10 min.) doen en een aantal versnellingen, minimaal de helft van wat hierboven staat Afsluiten met ca. 5 min. lopen in wedstrijdtempo om aan dat wedstrijdtempo te wennen Daarna ca. 5 min. loswerken en wedstrijd doornemen Voor het klaarmaken voor wedstrijd geld hetzelfde als voor baanwedstrijden, niet afkoelen en licht in beweging blijven. Natuurlijk zorg je dat je voldoende drinkt voor de wedstrijd en heb je het drinken tijdens de wedstrijd geregeld.

  • 0 Hardlopen en leeftijd

    0.00 van de 0 stemmen

    Lichamelijke veranderingen Het is altijd moeilijk om te zeggen wanneer iemand tot de ouderen behoort. In de atletiek zijn er aparte leeftijdscategorieën voor vrouwen die ouder zijn dan 35 jaar en voor mannen die ouder zijn dan 40 jaar. Zeker bij het lange afstand lopen komt deze grens wel aardig overeen met de afname van het lichamelijk prestatievermogen, dat na het 30 - 35e levensjaar begint. Het ouder worden verloopt bij iedereen weer anders en in een ander tempo. Duidelijk is wel dat de voor het sporten belangrijke functies, zoals die van de longen en het hart langzaam afnemen, maar ook dat deze door training nog heel lang op een hoog niveau kunnen blijven. Sporten kan dus in zekere zin de veroudering tegengaan. Spieren en pezen Bij het ouder worden neemt de totale spiermassa langzaam af. De absolute kracht is nog lang goed op peil te houden. Snelheid, explosiviteit en lenigheid gaan echter sneller verloren, evenals de belastbaarheid van pezen en spieren. Een acute blessure zoals een spierscheur is zo opgelopen en zal steeds langzamer herstellen. Ook een chronische overbelastingblessure, zoals een achillespeesirritatie, zal steeds minder snel genezen. Er zal dus steeds weer een goede warming-up met rekkingsoefeningen uitgevoerd moet worden. Verder is het van belang de training geleidelijk op te bouwen en te onderhouden. Regelmaat in de training-frequentie is zeer belangrijk. In de praktijk blijkt dat om de dag hardlopen de beste manier is. De pezen en spieren hebben dan een dag de kans om weer te herstellen. Gewrichten Met de veroudering gaat de kwaliteit van het kraakbeen achteruit. Kleine beschadigingen worden slechter gerepareerd, waardoor de kans op gewrichtsslijtage toeneemt. Veel mensen vertonen op röntgenfoto’s tekenen van slijtage in een gewricht. Gelukkig levert dit het merendeel van deze mensen geen klachten op. Als er wel klachten optreden kan dat leiden tot: Kraken en een verminderde bewegingsuitslag van het gewricht Pijnklachten, beginnend met ochtendstijfheid Vochtvorming in het gewricht Er zijn geen aanwijzingen dat slijtage van de gewrichten bevorderd wordt door sportbeoefening. Als er eenmaal sprake is van slijtage kan met een zorgvuldig opgebouwde en afwisselende training vaak nog een goede belastbaarheid van het gewricht verkregen worden. Zeker bij slijtage in de gewrichten geldt dat ‘rust roest’. Maar daarbij is het minstens zo belangrijk om niet op een te harde ondergrond en met goed schokabsorberend schoeisel te lopen. Blessures De verouderingsprocessen op zich leiden tot een verhoogde blessurekans. Toch blijkt het optreden van blessures vaak mee te vallen, omdat de oudere sporter doorgaans beter naar zijn/haar lichaam luistert en minder risico neemt. Vaak neemt het aantal uren dat aan sport gedaan wordt geleidelijk af en wordt het lopen vaker afgewisseld met andere sporten zoals fietsen, skeeleren of zwemmen.

  • 0 Hardlopen in Smog

    0.00 van de 0 stemmen

    SMOG Het woord 'smog' wordt gebruikt voor (ernstige) luchtverontreiniging in zowel de zomer als de winter. Zomersmog bevat echter andere schadelijke stoffen dan wintersmog, waardoor zomersmog andere gezondheidsschade kan veroorzaken dan wintersmog. Ernstige smog met ozon of fijn stof komt hooguit enkele dagen per jaar voor. Dit soort smog is alleen te bestrijden door de luchtkwaliteit te verbeteren. Tijdelijke maatregelen, zoals het stilleggen van het verkeer of industrie, hebben geen zin. Stikstofdioxide in uitlaatgassen van het verkeer reageert onder invloed van de ultraviolette stralen van het zonlicht met vluchtige, organische stoffen in de atmosfeer. Daarbij ontstaat ozon. Door het verkeer komen zowel stikstofmonoxide als stikstofdioxide in de lucht. Stikstofdioxide veroorzaakt ozonvorming terwijl stikstofmonoxide ozon afbreekt. Het afbreken van de ozon gaat in minuten terwijl de vorming ervan uren duurt. Daardoor zal een sterke daling van het verkeer op korte termijn, zoals in het weekend, een verhoging van ozon veroorzaken. Zo hebben tijdelijke en in omvang beperkte maatregelen om de uitstoot te beperken dus het omgekeerde effect. Wintersmog Wintersmog kan in Nederland ontstaan als er een zwakke (zuid-)oostelijke wind staat. Door zwaveldioxide en zwevende stofdeeltjes in de lucht kan tijdelijk een verminderde longfunctie ontstaan. Aanbevolen wordt om tijdens zeer ernstige wintersmog geen langdurig lichamelijk inspanning te verrichten in de buitenlucht. Overigens komt deze ernstige wintersmog zelden in Nederland voor.Tijdens de jaarwisseling treedt vaak in Nederlandse steden smogvorming op door het afsteken van grote hoeveelheden vuurwerk Zomersmog Zomersmog bestaat uit een mengsel van een aantal gassen die vrijkomen bij de verbranding van brandstoffen en de verdamping van oplosmiddelen. De belangrijkste gassen zijn stikstofoxiden (NO2) en vluchtige organische stoffen. In combinatie met fel zonlicht wordt door een chemische reactie ozon (O3) gevormd. Het proces van ozonvorming duurt enige uren. Als de zon de hele dag fel heeft geschenen, is de concentratie ozon het hoogst tussen 12 uur 's middags en 8 uur 's avonds. Zomersmog komt alleen voor bij hoge temperaturen, felle zonneschijn en een zwakke oostelijke of zuidelijke wind die (nog meer) schadelijke stoffen uit het Roergebied aanvoert. Verandering van het weer (andere windrichting, meer wind, regen) maakt over het algemeen een eind aan een periode van zomersmog.Tijdens een periode van zomersmog kan het inademen van lucht waarin veel ozon zit, leiden tot: Tijdelijke klachten aan de luchtwegen zoals hoesten, een droge keel, pijn bij diep ademhalen en een benauwd gevoel. Ook hoofdpijn, misselijkheid en duizeligheid kunnen voorkomen. Tijdelijk verminderde werking van de longen. Dit kan gepaard gaan met aantasting van het longweefsel en een verhoogde kans op luchtwegontstekingen. Irritatie van het neus- en oogslijmvlies.  Mensen die zich in de buitenlucht langdurig zwaar inspannen (bijvoorbeeld lopen), lopen tijdens een periode van ernstige zomersmog een verhoogd gezondheidsrisico. Zeker als zij daarbij ook nog een aandoening aan de luchtwegen hebben of als zij extra gevoelig zijn voor zomersmog. Ernstige zomersmog komt enkele malen per jaar voor. U kunt de effecten van zomersmog vermijden door tussen 12 uur 's middags en 8 uur 's avonds niet hard te lopen. Bij zeer ernstige smog kunnen prestatielopen en wedstrijden zelfs afgelast worden.

  • 0 Hardlopen in de kou

    5.00 van de 2 stemmen

    Kledingadvies Het dragen van verantwoorde sportkleding is voor de loper van belang om onder zoveel mogelijk omstandigheden toch te kunnen blijven lopen.Vooral als in de herfst de temperaturen dalen stelt de loper zich de vraag hoe hij zich het beste tegen de koude kan beschermen. Het beoordelen van het weer is niet zo eenvoudig: de thermometer geeft slechts de temperatuur aan, maar ook de wind en de vochtigheid zijn van invloed op de manier waarop het lichaam op de buitenlucht reageert. Bij langere duurlopen moet je ook nog met wisseling van de weersomstandigheden rekening houden: blijft het droog, steekt er straks een kille wind op? Steeds moet je opnieuw de juiste afweging zien te maken, ervaring is ook hier de beste leermeester. Door met meerdere dunne lagen de kleding op te bouwen, kan gemakkelijker op de omstandigheden worden ingespeeld. Bij het warmer kan een of meerdere lagen worden verwijderen.Naast de eigen ervaring is er een aantal algemene richtlijnen voor eenieder op te stellen Hoofd Driekwart van de bij inspanning gevormde lichaamswarmte wordt afgegeven via het hoofd. Een goede muts is voor vele Nederlandse lopers vaak het laatste waaraan wordt gedacht! Een muts bij koud weer spaart energie en voorkomt ziek worden! Handen Als de handen eenmaal op temperatuur zijn, zal ook de rest van het lichaam zich sneller aanpassen. Handschoenen zijn er van allerlei kwaliteit, goede (thermo)handschoenen zijn er voor de lange afstand skiërs (langlaufers of skicrossers) dus ook voor de lopers. Voor minder koude-omstandigheden zijn er lichtere (lopers)handschoenen in de handel. Je kunt ook een paar dunne sokken om je handen doen. Voeten Je moet een paar sokken vinden die onder alle omstandigheden (koude, maar ook met warm weer) zorgen voor een goede vochtregulatie. Een combinatie katoen en acryl zorgt meestal voor de juiste warmte- en vochtregulatie en geven minder kans op blaren. Een juiste pasvorm (voldoende elasticiteit) verdient aandacht om blaren te voorkomen. Verdere lichaam De aankleding van het verdere lichaam is vervolgens het werken in ‘lagen’. Ondergoed is voor de loper van meer belang dan een oogverblindend trainingspak. Er zijn diverse soorten thermo-ondergoed, gemaakt van vezels die een vocht- en warmteregulerende werking hebben. Het lichaamsvocht moet zoveel mogelijk worden doorgelaten, zodat de huid zo droog mogelijk blijft. Hierdoor zal het lichaam gemakkelijker de juiste temperatuur kunnen behouden. Thermo-ondergoed kan in het voor- en najaar zelfs als buitenste laag worden gebruikt. Ook als je na de warming-up je windpak uittrekt, zul je in speciaal ondergoed makkelijker je tempolopen kunnen doen. De wind zal minder vat kunnen krijgen op een bezweet lichaam. Shirt en shorts (hardloopbroekje) die je zomers als buitenlaag draagt, kunnen als eerstvolgende laag over het thermo-ondergoed gedragen worden.Als onderste extra laag (c.q. buitenste laag bij minder koud weer) aan de benen kunnen ook de zogenaamde tights worden gebruikt. Echter, vaak zitten de tights te ‘tight’ (te strak) om de loopbeweging voldoende de vrijheid te geven. Vooral in de winter is het nodig niet te strakke, knellende kleding te dragen. Tussen je lichaam en de kledinglagen moet ruimte zitten. De lucht(lagen) vormt een isolerende laag. De iets grovere thermo-kleding als buitenkleding zal net zoveel of meer stroomlijn geven dan de gladde (te) strakke tights.Over het ondergoed kan afhankelijk van het weer worden gekozen voor een of meerdere bovenlagen. Vaak zal een extra laag rond de maagstreek moeten worden aangebracht. Regenpakken De buitenste laag, met andere woorden het eigenlijke trainingspak, kan afhankelijk van de omstandigheden van verschillende samenstelling zijn. Voor welke samenstelling je ook kiest, ze dient in ieder geval ventilerend te zijn. Je kunt kiezen uit materiaal dat alleen maar wind tegenhoudt. Het klimaat in Nederland vereist dat je ook een trainingspak hebt dat bovendien vocht en zelfs regen afstoot. In de handel zijn regenpakken verkrijgbaar met een stof die ‘ademt’ (zoals Gore-tex). Echte ‘waterproof’ kleding zal niet geschikt zijn omdat ze niet ventileert.Bij het passen van een combinatie van windjack en broek moet je goed op de pasvorm letten. Veel modellen zijn te flodderig en zullen vooral bij tempolopen belemmerend werken. De betere pakken hebben op de plaatsen waar meer bewegingsruimte nodig is een elastisch gedeelte. Maak bij het passen enige ruime bewegingen zoals je ook bij de warming-up zult maken. Ook bij het aanschaffen van sportkleding moet je ervoor zorgen dat de juiste vragen aan de verkoper te kunnen stellen.

  • 0 Vrouwen en hardlopen | Uithoudingsvermogen

    5.00 van de 1 stemmen

    Mannen versus vrouwen Bij duursporten blijken mannen prestaties te leveren die ongeveer 10% beter zijn dan die van vrouwen. Dit is te verklaren uit het feit dat de maximale zuurstofopname per kilogram lichaamsgewicht bij mannen hoger is. Dit wordt onder andere veroorzaakt door: Een groter bloedvolume dat per slag door het hart van een mannelijke sporter uitgepompt wordt. Een hoger hemoglobinegehalte bij mannen. Hemoglobine is de stof die in de rode bloedcellen (erytrocyten) verantwoordelijk is voor het vervoer van zuurstof naar de spieren. Het feit dat het vetpercentage van vrouwen gemiddeld 10% hoger ligt dan bij mannen. Een vrouw heeft dus extra ballast. Kracht en snelheid Bij sportactiviteiten waarbij kracht en explosiviteit belangrijk zijn, zoals de kortere loopafstanden, presteren mannen beter dan vrouwen. Oorzaken van deze verschillen moeten niet alleen gezocht worden in verschillen in lichaamsbouw en andere lichaamseigenschappen. Vooral het verschil in kracht is hierbij belangrijk. De maximale kracht neemt bij jongens in de puberteit sneller toe dan bij meisjes. Uiteindelijk leidt dat tot een grotere spiermassa en spierkracht. Daarnaast is het nog steeds zo, dat de gemiddelde Nederlandse vrouw veel minder vaak en intensief aan krachttraining doet en ook in het dagelijks leven lichamelijk minder zware arbeid verricht. Overige kenmerken Onder overige fysiologische kenmerken vallen onder andere de energie- en vochthuishouding en de spiervezeltypering. Het vrouwelijk lichaam blijkt zuiniger met de energie- en vochthuishouding om te kunnen gaan dan het lichaam van een man. Hoe langer de duurprestatie, des te kleiner het verschil tussen het prestatieniveau van mannen en vrouwen. Daarnaast zijn er geen verschillen tussen man en vrouw in de opbouw van de spier qua spiervezeltypering (snelle of langzame vezels) en in de trainbaarheid van spieren.