Gewicht

Het zal duidelijk zijn dat we hier niet één enkel gewicht voorop kunnen stellen. Twee personen van eenzelfde lengte kunnen een zeer verschillend gewicht hebben doordat de samenstelling van hun lichaam compleet verschillend is. Toch zul je begrijpen dat een groot vetpercentage in het lichaam voor geen enkele sporter aangeraden is.

Er bestaan wél verschillende tabellen en formules om het zogenaamde ideale lichaamsgewicht te bepalen. De formule van Lorenz bijvoorbeeld berekent het ideale gewicht als volgt :

  • voor een man : [de lichaamslengte in cm (LL) - 100 cm] - 10 %
  • voor een vrouw : [LL - 100 cm] - 15 %

Een man van 1m80 zou dus 72 kg mogen wegen: (180-100) - 8 (= 10%) = 72 kg

Het ideale gewicht kan het best bepaald worden door het lichaam onder water te wegen en de dikte van de huidplooien te meten. Dit gebeurt bij een arts of een diëtist(e).

Het ideale vetpercentage voor een mannelijke sporter bedraagt tussen 10 en 14 % van het totale lichaamsgewicht. Voor de vrouw ligt dit iets hoger : tussen 14 en 18 %.

Marathonlopers hebben doorgaans een heel laag vetpercentage : 4%.

Twee sporters met eenzelfde vetpercentage kunnen een zeer verschillend gewicht hebben. Duursporters zijn vaak heel licht terwijl krachtsporters precies aan gewicht bijwinnen door de opbouw van spiermassa. Het vetpercentage is echter heel laag voor beiden.